Behandelbeperkingen: wat het zijn en hoe u ze afspreekt
Een behandelbeperking is een afspraak met uw arts om af te zien van een bepaalde medische behandeling. De bekendste en meest ingrijpende behandelbeperking is niet reanimeren, maar er zijn er meer, zoals niet beademen of geen opname op de intensive care.
Praten over wat u wel en niet wilt aan behandeling is niet altijd makkelijk, maar wel waardevol. Het zorgt ervoor dat de zorg aansluit bij uw wensen, juist in situaties waarin u dat zelf misschien niet meer kunt aangeven.
Op deze pagina leest u wat een behandelbeperking precies is, welke er zijn, wie erover beslist, hoe het gesprek met uw arts verloopt, hoe een beperking wordt vastgelegd en hoe dit zich verhoudt tot een niet-reanimerenwens.
Wat is een behandelbeperking?
Als u in het ziekenhuis komt, is dat meestal met een behandelwens: het voorkomen of genezen van ziekte, of het verlichten van klachten. De behandeling spreekt u samen met uw arts af. Maar soms zijn er ook grenzen die u of uw arts aan die behandeling wil stellen.
Het afzien van een bepaalde behandeling noemen we een behandelbeperking. Het is dus een bewuste afspraak dat een specifieke behandeling niet wordt toegepast, zelfs niet als de medische situatie zich voordoet waarin die normaal zou worden ingezet.
De bekendste en meest ingrijpende behandelbeperking is niet reanimeren. Maar het begrip is breder: het omvat een reeks behandelingen waarvan om uiteenlopende redenen kan worden afgezien.
Welke behandelbeperkingen zijn er?
Er zijn verschillende behandelbeperkingen. De drie belangrijkste worden bij een ziekenhuisopname standaard met u besproken en geregistreerd.
| Behandelbeperking | Wat het inhoudt |
|---|---|
| Niet reanimeren | Bij een hartstilstand geen poging om het hart weer op gang te brengen |
| Niet beademen | Geen kunstmatige beademing met een beademingsmachine |
| Niet naar de IC | Geen opname op de intensive care |
| Geen hartbewaking | Geen opname op de afdeling voor bewaking van het hartritme |
| Afzien van transfusie | Geen toediening van bloed of bloedproducten |
| Abstineren | Afzien van levensverlengende behandeling, met focus op comfort |
De eerste drie, niet reanimeren, niet beademen en niet naar de intensive care, bespreekt en registreert de behandelend arts bij iedere patiënt die wordt opgenomen. Welke beperkingen voor u aan de orde zijn, hangt af van uw situatie, uw gezondheid en uw eigen wensen.
Wie beslist over een behandelbeperking?
Een behandelbeperking kan op twee manieren tot stand komen: op uw eigen verzoek of op medische gronden door de arts. Beide wegen bestaan naast elkaar.
In het eerste geval bent u degene die aangeeft een bepaalde behandeling niet te willen. In het tweede geval is het de arts die, op grond van medische overwegingen, oordeelt dat een behandeling niet langer zinvol is. In beide gevallen is overleg en goede communicatie het uitgangspunt.
Hieronder bespreken we beide manieren apart, want ze verschillen wezenlijk in wie het initiatief neemt en wat de overwegingen zijn.
Op uw eigen verzoek
U heeft als patiënt het recht om een behandeling te weigeren. Dat is een rechtstreekse uiting van uw autonomie en is vastgelegd in de wet. Besluit u weloverwogen dat u een bepaalde behandeling niet wilt, dan kunt u dat met uw arts bespreken en als behandelbeperking laten vastleggen.
Uw arts zal daarbij nagaan of u de gevolgen van uw besluit overziet, en u zo nodig begeleiden in uw afweging. Maar uiteindelijk is de keuze aan u: uw arts respecteert uw wens en noteert die in uw dossier.
Het is verstandig zo’n besluit niet alleen mondeling te bespreken, maar ook vast te leggen in een wilsverklaring en het met uw naasten te delen. Zo is uw keuze ook later, en buiten het ziekenhuis, duidelijk.
Op medische gronden
Een behandelbeperking kan ook door de arts worden ingesteld, op medische gronden. Dat gebeurt als een arts oordeelt dat een behandeling medisch zinloos is, bijvoorbeeld omdat die geen redelijk doel meer dient of de situatie niet werkelijk verbetert.
Zo’n beslissing wordt zorgvuldig genomen. In de regel gebeurt dit niet door één arts alleen, maar in overleg met meerdere artsen. De arts bespreekt het besluit met u of, als u dat zelf niet meer kunt, met uw vertegenwoordiger.
Hier ligt een belangrijke grens aan uw zelfbeschikking: u kunt een behandeling weigeren, maar u kunt geen behandeling afdwingen die medisch zinloos is. Het recht om nee te zeggen betekent niet dat u recht heeft op elke denkbare behandeling. Ook bij een medische behandelbeperking blijft goede pijnbestrijding en verzorging altijd gewaarborgd.
Het gesprek met uw arts
Praten over behandelbeperkingen kan moeilijk zijn, voor u en uw naasten, maar ook voor de zorgverlener. Toch is het een belangrijk gesprek, omdat er in een acute situatie meestal geen tijd is om uw wensen te bespreken.
Het gesprek vindt in elk geval plaats bij een ziekenhuisopname, maar kan ook op andere momenten: tijdens een poliklinische afspraak, bij een veranderende gezondheidstoestand, of wanneer u er zelf om vraagt. U bepaalt samen met uw arts de timing.
Een paar tips kunnen helpen:
– Denk van tevoren na over wat voor u belangrijk is
– Bespreek uw gedachten met uw naasten
– Neem eventueel iemand mee naar het gesprek
– Heeft u een wilsverklaring, neem die dan mee
– Wijs een contactpersoon aan en stel die op de hoogte van de afspraken
U kunt voor zo’n gesprek ook apart een afspraak maken met uw behandelend arts.
Vastleggen en geldigheid
Een behandelbeperking wordt vastgelegd in uw (elektronisch) patiëntendossier. Zo weten alle betrokken zorgverleners welke afspraken er gelden, dag en nacht.
Belangrijk om te weten is dat een afspraak die in het ziekenhuis is vastgelegd, vooral binnen dat ziekenhuis en die behandelrelatie geldt. Bij een nieuwe opname worden eerder gemaakte afspraken opnieuw met u doorgenomen, om te kijken of u er nog steeds achter staat.
Wilt u dat uw wens, bijvoorbeeld niet reanimeren, altijd en overal geldt, dan is het belangrijk die breder vast te leggen. Dat doet u in een niet-reanimerenverklaring, eventueel aangevuld met een goed zichtbare niet-reanimerenpenning, en door het te bespreken met uw huisarts. Zo is uw wens ook thuis en onderweg kenbaar. Een behandelbeperking is bovendien niet onomkeerbaar: u kunt altijd van gedachten veranderen.
Niet reanimeren als behandelbeperking
Niet reanimeren is de bekendste behandelbeperking, en voor veel mensen de aanleiding om over dit onderwerp na te denken. Het betekent dat er bij een hartstilstand geen poging wordt gedaan om het hart en de ademhaling weer op gang te brengen.
Standaard wordt in het ziekenhuis iedereen gereanimeerd, tenzij er een niet-reanimerenbeleid is afgesproken en geregistreerd. Wilt u niet gereanimeerd worden, dan legt u dat dus actief vast als behandelbeperking, in overleg met uw arts.
Omdat een behandelbeperking in het ziekenhuis vooral daar geldt, is het verstandig uw niet-reanimerenwens daarnaast breder kenbaar te maken: in een niet-reanimerenverklaring, met een penning, en in gesprek met uw huisarts en naasten. Meer over de verschillende vormen leest u op onze pagina over de niet-reanimerenverklaring. Zo zorgt u dat uw wens in elke situatie duidelijk is.
Organisaties en hulpbronnen
Thuisarts.nl
Onafhankelijke patiëntinformatie van huisartsen over behandelwensen, behandelgrenzen en zorg rond het levenseinde.
KNMG – artsenfederatie
Informatie over patiëntenrechten, het recht om een behandeling te weigeren en de rol van de arts.
Patiëntenfederatie – Patiëntenfederatie Nederland
Uitleg over uw rechten als patiënt, waaronder toestemming geven en behandelingen weigeren.
Rijksoverheid
Officiële informatie over beslissingen rond het levenseinde en de zorg in de laatste levensfase.
Veelgestelde vragen over behandelbeperkingen
1. Wat is een behandelbeperking?
Een behandelbeperking is een afspraak om af te zien van een bepaalde medische behandeling. U spreekt dan met uw arts af dat een specifieke behandeling niet wordt ingezet, ook niet als de situatie zich voordoet waarin die normaal gesproken zou worden toegepast. De bekendste en meest ingrijpende behandelbeperking is niet reanimeren.
2. Welke behandelbeperkingen bestaan er?
De drie belangrijkste zijn: niet reanimeren, niet beademen en niet opnemen op de intensive care. Daarnaast bestaan er onder meer: geen opname op de hartbewaking, afzien van bloedtransfusie, geen ziekenhuisopname, en het afzien van levensverlengende behandelingen (abstineren). Welke beperkingen aan de orde zijn, hangt af van uw situatie en wensen.
3. Wie beslist over een behandelbeperking?
Dat kan op twee manieren. U kunt zelf, als wilsbekwame patiënt, besluiten een bepaalde behandeling niet te willen; de arts respecteert dat. Daarnaast kan een arts op medische gronden besluiten dat een behandeling niet zinvol is. Zo’n medische beslissing wordt zorgvuldig genomen, in de regel door meerdere artsen samen en niet door één arts alleen.
4. Kan ik zelf een behandelbeperking aanvragen?
Ja. Als u weloverwogen besluit een bepaalde behandeling niet te willen, kunt u dat met uw arts bespreken en laten vastleggen. De arts zal zich ervan vergewissen dat u de gevolgen overziet, en uw wens vervolgens respecteren en noteren in uw dossier. Het is verstandig dit ook vast te leggen in een wilsverklaring en met uw naasten te bespreken.
5. Wanneer besluit een arts tot een behandelbeperking?
Een arts kan een behandelbeperking instellen als hij oordeelt dat een behandeling medisch zinloos is, bijvoorbeeld omdat die geen redelijk doel meer dient of de situatie niet verbetert. Zo’n beslissing wordt zorgvuldig en in overleg met andere artsen genomen, en met u of uw vertegenwoordiger besproken. U kunt geen medisch zinloze behandeling afdwingen.
6. Word ik gereanimeerd als er niets is afgesproken?
Ja. In het ziekenhuis is de regel dat een patiënt bij een hartstilstand altijd wordt gereanimeerd, tenzij er een niet-reanimerenbeleid is afgesproken en geregistreerd. Daarom nemen artsen bij een opname het initiatief om met u te bespreken of u bepaalde behandelbeperkingen wenst, zoals niet reanimeren, niet beademen of niet naar de intensive care.
7. Wanneer wordt er over behandelbeperkingen gesproken?
Meestal bij een ziekenhuisopname. De behandelend arts bespreekt en registreert dan in elk geval de drie belangrijkste beperkingen. Ook bij een poliklinische afspraak of bij een veranderende gezondheidstoestand kan het onderwerp ter sprake komen. U mag er zelf ook altijd zelf over beginnen en een afspraak maken om uw wensen te bespreken.
8. Waar wordt een behandelbeperking vastgelegd?
Een behandelbeperking wordt vastgelegd in uw (elektronisch) patiëntendossier, zodat alle betrokken zorgverleners ervan op de hoogte zijn. Daarnaast is het verstandig uw wensen vast te leggen in een wilsverklaring en die met uw arts en naasten te bespreken. Bij een nieuwe opname worden eerder gemaakte afspraken opnieuw met u doorgenomen.
9. Geldt een behandelbeperking ook buiten het ziekenhuis?
Een afspraak die in het ziekenhuis is vastgelegd, geldt vooral binnen dat ziekenhuis en die behandelrelatie. Wilt u dat uw wens, zoals niet reanimeren, overal geldt, dan is het belangrijk dit breder vast te leggen, bijvoorbeeld in een niet-reanimerenverklaring en met een penning, en het te bespreken met uw huisarts. Zo is uw wens ook thuis en onderweg kenbaar.
10. Kan ik een behandelbeperking weer intrekken?
Ja. Een behandelbeperking is geen onomkeerbaar besluit. U kunt op elk moment van gedachten veranderen en dit met uw arts bespreken, waarna de afspraak wordt aangepast in uw dossier. Juist daarom worden eerder gemaakte afspraken bij een nieuwe opname of bij een veranderende situatie opnieuw met u doorgenomen.
11. Wat is het verschil tussen een behandelbeperking en abstineren?
Een behandelbeperking is de bredere afspraak om van een of meer behandelingen af te zien. Abstineren is een specifieke vorm daarvan: het afzien van of staken van levensverlengende behandelingen, waarbij de zorg zich richt op comfort in plaats van genezing. Bij abstineren blijft goede pijnbestrijding en verzorging altijd gewaarborgd.
12. Wat is de relatie tussen behandelbeperkingen en niet reanimeren?
Niet reanimeren is de bekendste en meest ingrijpende behandelbeperking. Het betekent dat er bij een hartstilstand geen poging wordt gedaan om het hart weer op gang te brengen. Wie dit wenst, legt het vast als behandelbeperking in het dossier, en bij voorkeur ook in een niet-reanimerenverklaring en met een penning, zodat de wens ook buiten het ziekenhuis duidelijk is.
Marieke van den Berg
Redactrice patiëntenrechten en wilsverklaringen | Gespecialiseerd in wilsverklaringen, medische rechten en het vastleggen van behandelwensen.